STATUTEN

Artikel 1

Naam

De stichting draagt de naam: Stichting Nederlands Burgerplatform.

Artikel 2

Zetel

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Alphen aan den Rijn.

Artikel 3

Doel

1. De stichting heeft ten doel:
  • het bevorderen en versterken van de democratie en het (actieve) burgerschap door de publieke en politieke meningsvorming over grote maatschappelijke, politieke vraagstukken te stimuleren;
  • het creëren en zorg dragen voor een nationaal burgerplatform, voor een breed maatschappelijk debat om daarmee de betrokkenheid en het directe zeggenschap van de burger, de gemeenschap in het publieke domein te vergroten;
  • het stimuleren en bevorderen van:
    • het publieke en politieke debat;
    • de participatie in het nationale en Europese democratische proces;
    • de Europese en internationale samenwerking op het terrein van de democratie en het (actieve) burgerschap,

en voorts al hetgeen hiermee direct of indirect samenhangt voor een vitale democratie en een breed gedragen nationale politieke besluitvorming ter behartiging van publieke belangen.

2. De stichting tracht haar doel te bereiken onder meer door:
  1. het organiseren van bijeenkomsten in grote steden en het ten minste één keer in een jaar organiseren van een nationaal event, waar met bezoekers, sprekers, schrijvers, opiniemakers en politici meegedacht wordt aan oplossingsrichtingen voor grote maatschappelijke, politieke vraagstukken;
  2. het aanbieden van de uitkomsten uit het nationaal event aan de Tweede Kamer en deze laten agenderen voor het politieke debat en besluitvorming;
  3. het indienen van burgerinitiatieven die samenhangen met de uitkomsten van het nationaal event;
  4. het houden van interviews en het maken van films en documentaires op nationaal, Europees en internationaal niveau aangaande grote actuele maatschappelijke, politieke vraagstukken,

en voorts al hetgeen hiermee direct of indirect samenhangt om dedoelstelling van de stichting te bereiken.

3. De stichting heeft het maken van winst uitdrukkelijk niet ten doel.

Artikel 4

Vermogen

  1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door het stichtingskapitaal, de ontvangen subsidies, giften, legaten, erfstellingen, bijdragen alsmede andere baten.
  2. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

Artikel 5

Organen

De stichting kent drie organen, te weten het bestuur, de Raad van Advies en de Raad van Toezicht.

Artikel 6

Bestuur

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een oneven aantal leden, maar in ieder geval uit ten minste drie leden en ten hoogste zeven leden.
  2. Bestuurders worden benoemd door de Raad van Toezicht.
  3. Bestuurders kunnen worden voorgedragen door het zittende bestuur en door de Raad van Advies.
  4. Niet tot bestuurder benoembaar zijn personen die in dienst zijn of werkzaam zijn ten behoeve van de stichting, lid zijn van de Raad van Advies of de Raad van Toezicht.
  5. De voorzitter, secretaris en penningmeester van het bestuur worden in functie benoemd.
  6. Bestuurders worden benoemd voor een periode van vijf jaar of voor een kortere periode, indien daartoe de Raad van Toezicht al dan niet op verzoek van de te benoemen bestuurder met volstrekte meerderheid beslist, waarbij het bestuur een rooster van aftreden opstelt. Aftredende bestuurders zijn terstond herkiesbaar. Een tussentijdse bestuurder neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger.
  7. Een bestuurder kan binnen het bestuur tijdelijk twee functies bekleden.
  8. Bij verhindering van een bestuurder zijn de overige bestuurders met het bestuur belast.
  9. Indien sprake is van een vacature in het bestuur vormen de overgebleven bestuurders het bevoegd bestuur. De Raad van Toezicht is verplicht zo spoedig mogelijk in de vacature(s) te voorzien.
  10. Indien alle bestuursleden ophouden bestuurder te zijn als gevolg van één van de in dit artikel onder lid 11 genoemde redenen, is de Raad van Toezicht verantwoordelijk zo snel mogelijk in de vacatures te voorzien. De Raad van Toezicht neemt tot het benoemen van de nieuwe bestuurders de bestuurstaken waar.
  11. Een bestuurder houdt op bestuurder te zijn door:
    1. zijn overlijden;
    2. zijn aftreden;
    3. zijn benoeming tot lid van de Raad van Advies of Raad van Toezicht;
    4. zijn in dienst treden of werkzaam zijn ten behoeven van de stichting;
    5. het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
    6. zijn ontslag door de rechtbank;
    7. zijn ontslag door de Raad van Toezicht.
  12. Een besluit tot ontslag als bedoeld in lid 11 wordt genomen in een (digitale) vergadering van de Raad van Toezicht met algemene stemmen en kan slechts worden genomen na een positief advies van de Raad van Advies. In de vergadering dienen alle leden van de Raad van Toezicht, de voorzitter van de Raad van Advies en het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd te zijn, met uitzondering van het bestuurslid wiens ontslag aan de orde is. Het betrokken bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld in dezelfde vergadering te worden gehoord.
  13. De Raad van Toezicht kan besluiten een bestuurder bij volstrekte meerderheid van de stemmen te schorsen. Een schorsing, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn. Voordat het besluit tot schorsing wordt genomen, overlegt de Raad van Toezicht over de ontstane situatie met het bestuur, met uitzondering van het bestuurslid wiens ontslag aan de orde is en de Raad van Advies. Het betrokken bestuurslid wordt alvorens de Raad van Toezicht een besluit tot schorsing neemt in de gelegenheid gesteld op het voorgenomen besluit te reageren.
  14. Bestuurders dienen zich actief in te zetten voor:
    1. het vinden en het aantrekken van sponsors en donateurs van de stichting;
    2. het inzetten van persoonlijke netwerken ten behoeve van de naamsbekendheid, doelstelling, groei en ontwikkeling van de stichting;
    3. het promoten van de stichting en haar doelstelling.

Artikel 7

Taak. Bevoegdheden. Beloning.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur kan één of meer van zijn bevoegdheden, mits duidelijk omschreven, aan anderen verlenen. Het bestuur kan aan een bevoegdheidsverlening voorwaarden verbinden. Degene die deze bevoegdheden uitoefent, handelt in naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
  3. De Raad van Toezicht is bevoegd bij een daartoe strekkend besluit, besluiten van het bestuur aan haar voorafgaande goedkeuring te onderwerpen. Die besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het bestuur te worden meegedeeld.
  4. Het bestuur is – mits na de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht - bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen.
  5. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling van een schuld van een ander verbindt.
  6. Bestuurders genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op een redelijke vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten en vacatiegeld, dat als redelijk en niet bovenmatig aan te merken valt.

Artikel 8

Besluitvorming meerhoofdig bestuur

  1. Bestuursvergaderingen worden gehouden zo vaak de voorzitter of ten minste twee van de overige bestuurders dit wensen, doch ten minste éénmaal per zes maanden.
  2. Bestuursvergaderingen worden gehouden ter plaatse, te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept, dan wel op een digitale omgeving of indien alle bestuurders daarmee instemmen op een andere wijze.
  3. Voor elke bestuursvergadering wordt een lid van de Raad van Toezicht uitgenodigd.
  4. Het bijeenroepen van een bestuursvergadering geschiedt door de voorzitter of ten minste twee van de overige bestuurders dan wel namens deze(n) door de secretaris, en wel schriftelijk, met inbegrip van elk digitale of telefonische communicatiemiddel, op een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. De oproeping vermeldt behalve de plaats, dan wel de digitale omgeving en het tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  5. Indien de bijeenroeping van een bestuursvergadering op een termijn korter dan zeven dagen is geschied, dan wel tijdens de vergadering onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, is besluitvorming niettemin mogelijk, mits ter vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  6. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter besluiten van de wijze van oproeping en/of de termijn van oproeping af te wijken.
  7. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Een bestuurder kan zich door een schriftelijk, met inbegrip van elk digitale of telefonische communicatiemiddel, door hem daartoe gemachtigd medebestuurder ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één medebestuurder als gevolmachtigde optreden.
  8. Iedere bestuurder heeft één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Staken de stemmen, dan is het voorstel verworpen.
  9. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een bestuurder schriftelijke stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  10. In alle geschillen omtrent de stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
  11. Bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij zijn afwezigheid door de secretaris of bij diens afwezigheid door een andere bestuurder.
  12. Van het verhandelde in de vergadering worden door de secretaris of door een door deze onder zijn verantwoordelijkheid en met instemming van de voorzitter aangewezen persoon notulen opgemaakt. De notulen worden vastgesteld door het bestuur. De vastgestelde notulen zijn voor alle bestuurders en vrijwilligers toegankelijk via een besloten, beveiligde digitale omgeving, dan wel kunnen op verzoek gemaild worden. Andere personen die de vergadering bijgewoond hebben, kunnen eveneens op verzoek de vastgestelde notulen per e-mail of via een ander digitale communicatiemiddel ontvangen.
  13. Het bestuur kan ook buiten de vergadering besluiten, mits alle bestuurders zich schriftelijk, met inbegrip van elk digitale of telefonische communicatiemiddel, omtrent het betreffende voorstel hebben uitgesproken. Van een besluit buiten de vergadering wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na schriftelijk akkoord door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.

Artikel 9

Vertegenwoordiging

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts kan de stichting worden vertegenwoordigd door de voorzitter afzonderlijk en/of door twee tezamen handelende bestuurders.
  2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan één of meer bestuurders en/of derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
  3. Het bestuur zal van de doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van een volmacht opgave doen bij het Handelsregister.

Artikel 10

De Raad van Advies

  1. De stichting kent een Raad van Advies. De Raad van Advies heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van het bestuur. Het advies strekt zich uit over de doelstelling van de stichting, het vormgeven en de inhoudelijke invulling van de bijeenkomsten en events, en de invulling van het ontwikkelen en implementeren van het nationale burgerplatform in de ruimste zin van het woord.
  2. De Raad van Advies functioneert tevens als klankbord voor het bestuur.
  3. Het bestuur voorziet de leden van de Raad van Advies gevraagd en ongevraagd van relevante informatie aangaande het reilen en zeilen van de stichting en de wijze waarop het bestuur de doelstellingen van de stichting tracht te bereiken.
  4. De Raad van Advies bestaat uit een oneven aantal leden, maar in ieder geval uit ten minste drie leden.
  5. De leden van de Raad van Advies worden benoemd door het bestuur voor een periode van vijf jaar, waarbij de Raad van Advies een rooster van aftreden opstelt. Een aftredend lid van de Raad van Advies is terstond doch ten hoogste éénmaal herbenoembaar. In een tussentijdse vacature benoemd lid van de Raad van Advies neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.
  6. Leden van Raad van Advies kunnen worden voorgedragen door de Raad van Advies en door de Raad van Toezicht.
  7. Leden van de Raad van Advies mogen geen bestuurder of in dienst bij of werknemer of lid van de Raad van Toezicht zijn van de stichting.
  8. Een lid van de Raad van Advies houdt op lid te zijn door:
    1. zijn overlijden;
    2. zijn aftreden;
    3. zijn benoeming tot bestuurslid of lid van de Raad van Toezicht van de stichting;
    4. zijn in dienst treden of werkzaam zijn ten behoeven van de stichting;
    5. het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
    6. zijn ontslag door de rechtbank;
    7. zijn ontslag door het bestuur, al dan niet op voordracht of aangeven door de Raad van Advies.
  9. Een besluit tot ontslag als bedoeld in lid 8 wordt genomen in een (digitale) vergadering van het bestuur met algemene stemmen. In de vergadering dienen alle leden van de Raad van Advies en het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd te zijn, met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld in dezelfde vergadering te worden gehoord.
  10. Het bestuur kan besluiten een lid van de Raad van Advies bij volstrekte meerderheid van de stemmen te schorsen. Een schorsing, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn. Voordat het besluit tot schorsing wordt genomen, overlegt het bestuur over de ontstane situatie met de Raad van Advies, met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is. Het betrokken lid wordt alvorens het bestuur een besluit tot schorsing neemt in de gelegenheid gesteld op het voorgenomen besluit te reageren.
  11. De Raad van Advies komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
  12. Vergaderingen van de Raad van Advies worden gehouden ter plaatse, te bepalen door de voorzitter van de Raad van Advies dan wel diens vervanger, of op een digitale omgeving of indien alle leden van de Raad van Advies daarmee instemmen op een andere wijze.
  13. Leden van de Raad van Advies mogen geen echtgenoot en/of levenspartner en/of bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van elkaar zijn. Ze mogen evenmin vergelijkbare relaties hebben met een of meer bestuurders of leden van Raad van Toezicht.
  14. De leden van de Raad van Advies ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten, mits deze vergoeding(en) worden opgenomen in de jaarrekening en daarin worden toegelicht.
  15. De leden van de Raad van Advies zetten zich actief in voor:
    1. het vinden en het aantrekken van sponsors en donateurs van de stichting;
    2. het inzetten van persoonlijke netwerken ten behoeve van de naamsbekendheid, doelstelling, groei en ontwikkeling van de stichting;
    3. het promoten van de stichting en haar doelstelling.

Artikel 11

De Raad van Toezicht

  1. De stichting kent een Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht heeft tot taak het toezicht houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting alsmede het uitoefenen van die taken en bevoegdheden die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend.
  2. De Raad van Toezicht functioneert tevens als klankbord voor het bestuur.
  3. De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks het door het bestuur gevoerde beleid en maakt hiervan een verslag wat tezamen met het jaarverslag zal worden gepubliceerd.
  4. De Raad van Toezicht bestaat uit een oneven aantal leden, maar in ieder geval ten minste uit drie leden.
  5. De leden van de Raad van Toezicht worden op voordracht van het bestuur benoemd door de Raad van Toezicht voor een periode van vijf jaar, waarbij de Raad van Toezicht een rooster van aftreden opstelt. Een aftredend lid van de Raad van Toezicht is terstond dochten hoogste éénmaal herbenoembaar. In een tussentijdse vacature benoemd lid van de Raad van Toezicht neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.
  6. De leden van de Raad van Toezicht kunnen worden voorgedragen door de Raad van Advies.
  7. De leden van de Raad van Toezicht mogen geen bestuurder of in dienst bij of werknemer of lid van de Raad van Advies zijn van de stichting.
  8. Het bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid op diens verzoek alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting.
  9. De Raad van Toezicht kan zich voorts voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.
  10. Een lid van de Raad van Toezicht houdt op lid te zijn door:
    1. zijn overlijden;
    2. zijn aftreden;
    3. zijn benoeming tot bestuurslid of lid van de Raad van Advies van de stichting;
    4. zijn in dienst treden of werkzaam zijn ten behoeve van de stichting;
    5. het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
    6. zijn ontslag door de rechtbank;
    7. zijn ontslag door de Raad van Toezicht.
  11. Een besluit tot ontslag als bedoeld in lid 10 wordt genomen in een (digitale) vergadering van de Raad van Toezicht met algemene stemmen. In de vergadering dienen alle leden van de Raad van Advies en het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd te zijn, met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld in dezelfde vergadering te worden gehoord.
  12. De Raad van Toezicht kan besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen. Een schorsing, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn. Voordat het besluit tot schorsing wordt genomen, overlegt de Raad van Toezicht over de ontstane situatie met het bestuur. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld op het voorgenomen besluit te reageren.
  13. De Raad van Toezicht komt ten minste éénmaal per jaar bijeen.
  14. Vergaderingen van de Raad van Toezicht worden gehouden ter plaatse, te bepalen door de voorzitter van de Raad van Toezicht dan wel diens vervanger, of op een digitale omgeving of indien alle bestuurders daarmee instemmen op een andere wijze.
  15. De leden van de Raad van Toezicht mogen geen echtgenoot en/of levenspartner en/of bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van elkaar zijn. Ze mogen evenmin vergelijkbare relaties hebben met een of meer bestuurders of leden van Raad van Advies.
  16. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten dat als redelijk en niet bovenmatig aan te merken valt, mits deze vergoeding(en) worden opgenomen in de jaarrekening en daarin worden toegelicht.
  17. De leden van de Raad van Toezicht zetten zich actief in voor:
    1. het vinden en het aantrekken van sponsors en donateurs van de stichting;
    2. het inzetten van persoonlijke netwerken ten behoeve van de naamsbekendheid, doelstelling, groei en ontwikkeling van de stichting;
    3. het promoten van de stichting en haar doelstelling.

Artikel 12

Gemeenschappelijke vergadering van het bestuur, de Raad van Advies en de Raad van Toezicht.

  1. Ten minste éénmaal per jaar komen het bestuur, de Raad van Advies en de Raad van Toezicht in een gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid.
  2. Gemeenschappelijke vergaderingen worden gehouden ter plaatse, te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept, dan wel op een digitale omgeving of indien de meerderheid van de bestuurders, de leden van de Raad van Advies en de Raad van Toezicht daarmee instemmen op een andere wijze.
  3. Tot bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn de voorzitters of diens vervangers van het bestuur, de Raad van Advies en de Raad van Toezicht gelijkelijk bevoegd.
  4. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Indien deze afwezig door de voorzitter van de Raad van Toezicht of diens vervanger.

Artikel 13

Reglementen

  1. Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, waarvan nadere regeling gewenst is.
  2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten strijdig zijn.
  3. Ten aanzien van een besluit tot vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement vindt het bepaalde in artikel 15 lid 1 en 2, overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

Boekjaar. Jaarstukken.

  1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten met bijbehorende toelichting van de stichting op papier te stellen.
  4. Deze stukken dienen te worden ondertekend door alle bestuurders. Ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  5. Het bestuur kan, alvorens tot vaststelling van de in lid 3 bedoelde stukken over te gaan, deze doen onderzoeken door een door het bestuur aan te wijzen deskundige, die verslag uitbrengt van zijn onderzoek.

Artikel 15

Statutenwijziging. Fusie. Splitsing.

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen en tot fusie en splitsing te besluiten. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  2. Is een vergadering, waarin een dergelijk besluit aan de orde is, niet voltallig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig over het voorstel, zoals die in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen.
  3. Vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse of op een digitale omgeving of indien alle bestuurders daarmee instemmen op een andere wijze.
  4. Bij de oproeping tot vergadering, waarin de statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, te worden gevoegd.
  5. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is afzonderlijk bevoegd die notariële akte te doen verlijden.

Artikel 16

Ontbinding

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
  2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in het artikel 15 van overeenkomstige toepassing.
  3. De stichting blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie.
  4. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de vereffenaars geen baten meer bekend zijn.
  5. De bestuurders zijn de vereffenaars van het vermogen van de stichting. Op hen blijven de bepalingen over de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders van toepassing. De overige statutaire bepalingen blijven tijdens de vereffening eveneens voor zo veel mogelijk van kracht.
  6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt besteed ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel m, juncto artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of een daarvoor in de plaats getreden wetsartikel, met een soortgelijke doelstelling of ten behoeve van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend – dat wil zeggen tenminste negentig (90%) - het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
  7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar onder berusting van de door het bestuur aangewezen persoon.

Artikel 17

Slotbepaling

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.